voorbeelden  






goede voorbeelden

&

‘foute’ voorbeelden




  Hieronder enkele voorbeelden van hoe het wél kan en hoe het níet moet...


Voorbeeld van een goed trajectplan: klik hier (PDF)

goede voorbeelden van reintegratie

Voorbeeld nr. 1: Jan – vanuit werkloosheid

Jan is door een massaontslag in de ICT thuis komen te zitten. Na 5 maanden werkloosheid wordt hij opgeroepen door het UWV voor een gesprek met een casemanager; de brief is, met naam, getekend door het UWV. De casemanager gaat in het gesprek in op het CV en de wensen van Jan. De casemanager legt Jan een set van reïntegratiebedrijven voor waar Jan naar toe zou kunnen. De casemanager drukt Jan op het hart: ‘Ga eerst praten met de diverse bureaus, tot je een consulent en aanpak vindt die bij je past. En bel me daarna wat het is geworden, want dat geef ik dan door aan de afdeling inkoop’. Jan maakt na 2 weken oriënteren zijn keuze, belt de casemanager op, en deze geeft het door aan het UWV.

Een week later krijgt Jan een oproep voor een gesprek bij het reïntegratiebedrijf EN de reïntegratieconsulent van zijn keuze. Na het eerste gesprek volgen met tussenpozen van 2 weken verdere gesprekken. Door oefeningen, tests, 1 op 1 gesprekken en groepsgesprekken wordt Jan heel wat wijzer over zichzelf. Hij weet zijn toekomst nauwkeuriger te definiëren. Weet door de begeleiding precies wat hij wil – als eerste voorkeur – en hoe hij kan zoeken. Mocht de eerste voorkeur niet lukken, dan heeft Jan een tweede scenario achter de hand.
En Jan heeft in gesprekken, en door het ontmoeten van andere werklozen zoals bijvoorbeeld bij ikwilwerken.nl, zijn dagelijkse leven ook weer in de hand.

Voorbeeld 2: Tanja – vanuit ziekte

Tanja heeft steeds meer last van de werkdruk en de sfeer op het werk. Ze kan zich steeds slechter concentreren, het lijkt alsof ze steeds meer moeite moet doen om hetzelfde voor elkaar te krijgen, is snel prikkelbaar en heeft steeds meer last van slapeloosheid. Ze gaat naar haar huisarts. Die waarschuwt voor burnout, en raadt aan de arbo-arts te bezoeken.

Tanja bezoekt de arbo-arts. Deze raadt Tanja aan zich nu ziek te melden om te herstellen – als ze ermee wacht is de kans groter dat ze er later veel langer uit is. De arbo-arts vertelt Tanja over de Wet Verbetering Poortwachter, en de noodzaak om samen met een reintegratiedienst en werkgever een reintegratieplan op te stellen.

De arbo-arts verwijst Tanja door naar reïntegratiebedrijf X. Tijdens het bezoek aan dat reïntegratiebedrijf X voelt Tanja zich niet thuis: het klikt minder met de consulent, en Tanja heeft het gevoel dat de consulent weinig feeling heeft met burnout.

Tanja wint in haar omgeving advies in (bijvoorbeeld via deze site), leert dat zij het recht heeft om een ander reïntegratiebedrijf te kiezen. Tanja belt haar arbo-arts en werkgever op dat ze graag wil uitkijken naar een ander reïntegratiebedrijf en vertelt over haar rechten. Werkgever en arbo-arts gaan mokkend akkoord ‘die kent haar rechten….’

Op de site vindt Tanja een reïntegratiebedrijf in haar regio dat bovendien gespecialiseerd is in burnout. En met de consulent klikt het prima. De werkgever betaalt (via de verzekering) het andere reïntegratiebedrijf, van Tanja’s keuze.

Voorbeeld 3: Elise – specifiek en samengesteld reïntegratietraject

Elise was onderzoekster en publicist voordat de universiteit inkromp. Elise werd door het UWV zonder toelichting doorverwezen naar een groot reïntegratiebureau. Daar voelde ze zich onbegrepen; bovendien stonden de groepssessies haar niet aan, vond ze het ‘kleien’ niet relevant voor haar reïntegratie en waren de begeleiders niet gewend aan haar academische niveau. Zij tekende niets, bij het reïntegratiebureau en nam contact op met de ‘kiesjereintegrqatie-casemanager’. Deze stelde een specifiek reïntegratietraject op met Elise: een training bij specialisten om over de faalangst heen te komen waar ze last van heeft, en een coach om haar verder in te werken in de journalistieke wereld. Het grote reïntegratiebureau was beledigd omdat zij wetg wilde gaan, maar het UWV gaf snel mee met de beter aanpak. Elise had zowel het keuzerecht aan haar zijde, als met een met de ‘kiesjereintegratie-casemanager’ uitgekiend reïntegratieplan.

Wat als Elise wel had getekend bij het eerste, grote (en voor haar onpersoonlijke) reintegratiebureau? Dan had zij een klacht kunnen indienen, en een verzoek om bij een ander reïntegratiebureau aan de slag te gaan. Ook daar heeft zij recht op. De kosten-verplichtingen richting het eerste reïntegratiebureau zijn voor rekening van de uitvoeringsinstelling – de instelling had deze kosten kunnen voorkomen als hun casemanager beter naar Elise had geluisterd, en de rol van casemanager zo serieus had genomen als de kiesjereintegratie-casemanager.

Bovenstaande voorbeelden lijken eenvoudig en normaal – maar helaas overheersen de foute voorbeelden in de praktijk!

Zeer belangrijk is het op tijd uw recht te weten – lees o.a. verder in ‘onrecht’.


omhoog

‘foute’ voorbeelden

Voorbeeld 1: Reintegratiefabriek ‘El Cheapo’

Vooraf
’El Cheapo’ is ‘steenkolen-Spaans’ voor ‘de goedkope’. Onderstaand vertelt oprichter en eigenaar Escobar hoe hij zijn ‘reintegratiefabriek’ succesvol heeft opgezet. Zijn aanpak is door velen gekopieerd!

Het verhaal verteld door oprichter en eigenaar van
‘El Cheapo: de korstste weg naar werk!’


“Mijn naam is Pablo Escobar, 50 jaar, en 5 jaar geleden heb ik het reintegratiebedrijf El Cheapo opgericht. Onze slogan was: ‘El Cheapo: de korste weg naar werk!’. Ik vertel onderstaand verhaal openhartig; ik heb er geen belang meer bij waarheid achter te houden, ik heb mijn bedrijf inmiddels namelijk verkocht en geniet op een fraaie hacienda van mijn vele miljoenen. Ik zal u vertellen hoe ik rijk geworden ben!

De aanleiding
In 1999 kreeg ik door dat reintegratie ‘big business’ ging worden. Er was een tekort aan werkkrachten, een teveel aan WAO-ers in Nederland en de Nederlandse beleidsmakers leken in de toekomst bereid vele miljarden te pompen in ‘reintegratie’ – met andere woorden: mensen ‘aan een baan helpen’. Als zakenman wist ik:
- dit is een trend
- je maakt winst door zoveel mogelijk geld voor je diensten te vragen
- vervolgens zo min mogelijk kosten te maken bij de uitvoering.

Het vervolg
Het prettige voor mij was dat ik geld ontving van de overheid voor reintegratie, maar dat onnozele burgers mijn klanten waren. Wat ben ik gaan doen?
Ik deed mee op grote aanbestedingen, waarbij ‘kavels’ van bijvoorbeeld 5.000 WW-ers door de overheid werden aangeboden. Ik had zo mijn contacten in die wereld, wist wat concurrenten boden, ik fêteerde een paar ambtenaren en won veel aanbestedingen. Mijn verleden in de bouwwereld kwam mij goed van pas! Voor een kavel van 5.000 WW-ers ontving ik al snel 5.000 euro per WW-er, dus een kavel van 5.000 WW-ers leverde mij al 25 miljoen euro omzet op.
Vervolgens ging het erom zo min mogelijk kosten te maken.

Natuurlijk moesten de WW-ers wel op komen draven voor de reintegratie, anders ontving ik die 5.000 euro per WW-er niet. De mij toegekende WW-ers stuurde ik brieven waarin ik ze sommeerde op een tijdstip dat mij uitkwam te komen voor een intakegesprek. Om ervoor te zorgen dat ze op kwamen draven zette ik in de brief: ‘niet verschijnen bij de afspraak kan consequenties hebben voor uw uitkering’. Dat deed wonderen! Natuurlijk heb ik niet de bevoegdheid om een uitkering te korten, maar éen telefoontje van mij naar het UWV zou genoeg zijn om het een WW-er die niet op kwam draven moeilijk te maken. Het UWV dreigde de WW-er dan met korting op de uitkering, en daarvoor ‘scheten’ de meeste WW-ers in hun broek van angst (excuses voor mijn platte taalgebruik, ik ben in een achterbuurt opgegroeid).

Bij de intake vertelden we de uitkeringstrekkers wat hun plichten waren. We gaven hen diverse formulieren te ondertekenen, evenals geheimhoudingsverklaringen, zodat zij nooit naar buiten zouden durven brengen wat ze bij ons meemaakten.

Na een paar weken had ik altijd genoeg uitkeringstrekkers om er een klasje van te vormen, van bijvoorbeeld 15 of 20 personen. Het klasje duurde bijvoorbeeld 5 dagen achter elkaar, of een ochtend per week gedurende een paar maanden. Ik vertelde de mensen dat het goed zou zijn elkaar te ontmoeten. Wat de mensen aan elkaar hadden kon me niet schelen, maar 1 trainer zetten voor een klasje van 20 bespaarde mij een 20-voud in de kosten! Vaak noemde ik het onderdeel groepssessies iets van ‘programma JOBS’ of een andere, bij UWV goed klinkende naam.

Na deze groepssessies kreeg iedereen een dag sollicitatietraining: hoe een brief en CV te schrijven. Wederom in klasjes van 20 mensen. Het UWV vond het altijd prettig dat ik iets van ‘Sollicitatietraining’ in de offertes zette.
Vervolgens liet ik de mensen graag aan hun lot over. Als ze er erg op aandrongen, konden ze een apart gesprekje krijgen met een consulent. Verder vertelde ik ze dat ze ‘klaar waren om het zelf te doen’. Zeker tegen hoger opgeleiden zeiden wij dat ze ‘het zelf moesten kunnen’. Ik zette de nodige PC’s neer met internetverbinding, en ze waren altijd welkom om bij ons op internet te zoeken naar vacatures. Dat had ‘gastvrijs’

Af en toe zit er onder de uitkeringstrekkers een ‘brutale hond’ die durft te vragen om een opleiding bij een opleidingsinstituut. Natuurlijk zeggen wij dat dit niet mag van het UWV, en daarmee is de kous meestal af. Begint de persoon nog verder aan te dringen, dan dreigen wij met korting op de uitkering, of bieden wij eigen interne opleidingen aan. Deze opleidingen prijzen wij richting UWV voor een veel hoger bedrag dan de daadwerkelijke kosten – zo maken we daar ook nog wat winst op.

Als iemand toevallig een baan vond, dan meldden we dat snel richting UWV en kregen we voor die persoon een bonus van een paar duizend euro, al had die persoon helemaal zelf de baan gevonden. We zeiden dan dat we de persoon ‘geplaatst’ hadden.
Als personeel nam ik liefst zo goedkoop mogelijk personeel aan: meestal op MBO niveau, tussen 25 en 30 jaar. Die zijn niet zo duur en willen hard voor me lopen.

De berekening: hoe ik rijk geworden ben!
Ik zal u nu eens voorrekenen hoe ik rijk werd. Neem een klajse van 20 personen. Van het UWV krijg ik hier 20 maal 5.000 is 100.000 euro voor.
Een MBO-consulent tussen 25 en 30 jaar kost me als ondernemer ongeveer 150 euro per werkdag, inclusief alle premies (afgerond: 20 euro per uur). Een werkruimte (gehuurd) kost mij ongeveer 1 euro per m2 per dag. Voor een klasje van 20 is een ruimte van 40 m2 voldoende.
De kosten voor 20 mensen bedroegen mij dus:
- 5 dagen ‘JOBS’ of vergelijkbaar programma: 5 maal 150 euro per dag voor de consulent is 750 euro
- 5 dagen een ruimte van 40 m2 is 200 euro.

Daarnaast drong elke WW-er gemiddeld aan op 5 vervolggesprekken van 1 uur, dus voor 20 mensen is dat 5 maal 20 = 100 euro. Voor 20 WW-ers dus 2.000 euro.
Voeg hieraan toe de kosten voor spreekruimte (10 m2) voor deze gesprekken: 20 mensen maal 5 uur per persoon maal 10 m2 maal 1 euro per 1 m2 is 1000 euro aan ruimte voor 20 WW-ers voor individuele gesprekken.
De PC-kosten zijn heel laag: een PC kost mij per jaar inclusief afschrijving ongeveer 300 euro, en hier maken gemiddeld per jaar 50 mensen gebruik van. Dus voor een klasje van 20 personen heb ik per jaar 20/50 maal 300 euro = 120 euro aan PC kosten.
Hoe ziet mijn verlies- en winstrekening er dus uit voor een klasje van 20 mensen?

Inkomsten
20 maal 5.000 euro = 100.000 euro

Uitgaven
- programma JOBS (5 dagen): 750 euro voor de consulent
- programma JOBS (5 dagen): 200 euro voor de ruimte
- gemiddeld 5 vervolggesprekken per WW-er: voor 20: 2.000 euro aan kosten consulent
- gemiddeld 5 vervolggesprekken per WW-er: voor 20: 1.000 euro aan kosten voor de ruimte
- PC kosten met internetaansluiting: 120 euro
totale uitgaven voor 20 WW-ers in reintegatie: 4.070 euro

Dat betekent dus dat ik op een groep van 20 WW-ers met deze aanpak 100.000 euro ‘vang’ en slechts (ruim) 4.000 euro aan kosten maak. Ik houd dus van de 100.000 euro 96.000 euro over! Zeer belangrijk is het om het aantal individuele sessies zo laag mogelijk te houden; u kunt bij mijn uitgavenstaatje zien dat individuele sessies, ook al zijn het er maar 5 per WW-er, de grootste kostenpost vormen! (zowel qua consulent-kosten als qua ruimtegebruik).

U begrijpt dat het een ongekend lucratieve business is. Uiteraard, uit die 96.000 euro moet ik een receptioniste betalen, iemand die de offertes schrijft, en de contributie aan branchevereniging Borea. Ik betaal ze ook goed voor een ‘keurmerk’ dat riching UWV garandeert dat mijn procedures ook goed staan beschreven.
Waar elders is het mogelijk om 96% van de omzet zelf te mogen houden?
En in werkelijkheid had ik 5.000 WW-ers, dat zijn 250 klasjes van 20, dus u begrijpt dat ik door het winnen van 1 aanbesteding van 5.000 WW-ers eem omzet van ca. 25 miljoen euro maak en daar bijna 24 miljoen euro marge aan over houd.

Vervolg
Met dit fantastische bedrag kon ik al snel overal in den lande vestigingen openen (huren natuurlijk, ik ga zo min mogelijk voor-investeren; en de consulenten nam ik aan op 6 maands of hoogstens 1 jaars-contracten – ook hier: zo min mogelijk voor-investeren). Daarmee kreeg ik ‘landelijke dekking’ – noodzakelijk om grote aanbestedingen te winnen. Vervolgens hebben wij met een paar andere grote bureaus van Borea het UWV zodanig bewerkt dat wij erop aandrongen dat de aanbestedingen hoog bleven: kleintjes en nieuwkomers werden aldus van aanbestedingen uitgesloten. De Minister en het UWV verkopen dit aan de buitenwereld door te zeggen ‘dat de markt transparant’ moet zijn – waarmee zij bedoelen: slechts een paar grote spelers overhouden. Het gebrek aan kwaliteit hebben wij goed afgeschermd door een ‘Borea keurmerk’ op te richten dat zeer procedureel is. Uiteraard mogen in het bestuur van Stichting Borea Keurmerk alleen bestuursleden zitten van branchevereniging Borea, en daar hebben leden een stem pro rato hun omzet, dus u begrijpt hoe grote jongens als El Cheapo hun macht hielden. U begrijpt nu hoe ik in een paar jaar tijd 100 miljoen euro heb verdiend!!!

Hoe ik er achteraf tegenover sta? Aan de ene kant heb ik absoluut geen spijt. Ik ben er multimiljonair van geworden, en ik ben trots op mijn ondernemingsgeest. Aan de andere kant: toen ik 100 miljoen bij elkaar had verdiend, kreeg ik er een beetje genoeg van. Ziet u, het is altijd hetzelfde spelletje. En het spelletje kan nog jaren voortduren! Want Minister De Geus en andere politici hebben er alle baat bij onder het tapijt te schoffelen dat er een tekort is aan werkgelegenheid. Tot vervelens toe blijven zij herhalen dat ‘iedereen die kan werken, ook aan het werk moet’ en dat het erg belangrijk is ‘dat mensen aan een baan worden geholpen’. Minister De Geus blijft bij Borea persoonlijk ‘Borea-certificaten’ uitreiken, terwijl hij elk contact met de andere branchevereniging, Phoenix, weigert. Als er al een slimme journalist is die erop wijst dat de ‘plaatsingsresultaten’ van El Cheapo en vergelijkbare bedrijven met 36% (36% vindt een baan binnen 2 jaar tijd) nauwelijks beter zijn dan ‘het toeval’ (want: in de 20 jaar ervoor vond – voordat de ‘hype’ reintegratie bestond – gemiddeld 34% een baan, zie het onderzoeksrapport ‘De uitkering van de baan’ van het SCP), fêteren wij Jet Bussemaker van de PvdA en enkele andere Kamerleden om vooral te benadrukken dat ‘reintegratie nog een jonge branche is’. En daarmee zijn alle fouten vergeven.

Af en toe heb ik nu last van nachtmerries: mijn geweten zegt mij dat ik veel goedgelovige werkzoekenden, die aan het einde van hun Latijn waren, in de steek heb gelaten om mijzelf te verrijken. Ik kan het verleden niet terugdraaien.....het geld dat ik verdien heb wil ik ook niet weggeven....maar iets in mij zei dat ik mijn verhaal moest opschrijven. Veel andere grote bedrijven van branchevereniging Borea zullen mij kwalijk nemen dat ik dit opschrijf, en mij bedreigen. Maar mijn adres is zeer goed geheim gehouden! Maar eerlijk is eerlijk: mensen, ga niet naar een grote ‘reintegratiefabriek’ zoals toendertijd mijn El Cheapo. Kom voor jezelf op, dring aan op een reintegratietraject met minstens 20 individuele sessies, met iemand van HBO of universitair niveau met veel levenservaring. Laat de broekjes van 25-30 jaar maar intercedent spelen bij een uitzendbureau. U verdient betere begeleiding!’



Met oprechte groet,

Pablo Escobar


100 voudig miljonair geworden met reintegratie’fabriek’ El Cheapo

PS: ik dank de site ‘kiesjereintegratie’ voor het publiceren van mijn verhaal.
Uiteraard dien ik, Pablo Escobar, juridisch te worden aangeklaagd als iemand aanstoot neemt aan mijn openhartige verhaal. De site is slechts de ‘uitgever’ die mijn verhaal publiceert”


Voorbeeld 2: Joop krijgt geen keuze en laat men bungelen

Joop is 52 jaar. Tot zijn 49e werkte hij als chef-etaleur bij een grote warenhuisketen. Echter, op een gegeven moment wilden zij het met jongere mensen doen en ontslaan zij de meer seniore medewerkers. Joop schoolde zich om tot webdesigner, vond werk, maar het web bureau ging op de fles. Via het UWV werd Joop opgeroepen voor het gesprek bij de reïntegratiepoot van een groot uitzendbedrijf. Joop heeft in 2 jaar tijd maar 4 gesprekken gehad, inclusief intake. Het reïntegratiebedrijf heeft na de intake waarin van alles werd beloofd en waarbij werd verteld dat Joop zijn handtekening moest zetten, bijna niets meer voor Joop gedaan.
Eens per half jaar krijgt hij een telefoontje. Joop wordt als webdesigner vaak afgewezen omdat in Nederland zeer sterk op leeftijd wordt gediscrimineerd.

Voorbeeld 3: Hero wordt geïntimideerd om zijn uitkering op te zeggen

Hero is 48 jaar en ICT-er; door de ICT malaise is hij op straat komen te staan. Hero wist niet beter en liet zich voor een gesprek bij een grote reïntegratiefabriek oproepen. Na verloop van tijd merkte hij dat de 29 jarige MBO consulente niet veel voor hem kon betekenen, als 48 jarige HBO-er. Hij had ook het gevoel: ik kan het beste voor mezelf beginnen.
Hij vond een ander bureau dat daarin gespecialiseerd was. Hij meldde dit aan de grote reïntegratiefabriek. De consulent sommeerde Hero per e-mail om zijn uitkering op te zeggen als hij naar het nieuwe reïntegratiebureau wilde! Hero zocht en vond hulp bij ikwilwerken.nl; er ging een brief naar de directeur van de reïntegratiefabriek en Hero hoefde uiteraard helemaal niet zijn uitkering op te zeggen. Maar excuses heeft het zeer bekende reintegratiebedrijf nooit gegeven.

Voorbeeld 4: Jaap wordt doorgeschoven en loopt vast in de bureaucratie

Na 5 maanden werkloosheid wordt de 44-jarige Jaap opgeroepen voor een gesprek bij een grote reïntegratiefabriek. De brief is gedateerd op 23 april 2003. Een paar dagen later krijgt Jaap van het UWV, niet leesbaar ondertekend en zonder naam een brief voor een afspraak bij een casemanager van het UWV. Jaap weet niet beter en gaat naar dat gesprek gewoon naar huis. Het duurt 2 maanden voordat het reïntegratiebedrijf Jaap oproept. Tijdens dat eerste gesprek wordt Jaap gevraagd een document te ondertekenen, ‘voor gezien’ wordt erbij verteld. Het reïntegratiebedrijf laat wederom maandenlang niets van zich horen. Het UWV geeft ook niet thuis. De vorige reïntegratiemanager is weg, en het UWV wil geen naam doorgeven van een nieuwe casemanager, wil zelfs niet vertellen wat de naam van de persoon aan de telefoon is. Jaap strandt en zoekt hulp.

Met deze hulp (kiesjereintegratie-casemanager) wordt de zaak aangepakt: brieven naar UWV, de klachtencommissie, de nationale ombudsman….uiteindelijk krijgt Jaap samen met zijn belangenbehartiger een gesprek bij het UWV.
Intussen wordt Jaap te woord gestaan door de 9e UWV persoon waar hij contact mee heeft. Het UWV heeft toentertijd Jaap ongezien doorgespeeld naar het grote reïntegratiebedrijf, ‘blind doorgeschoven’ maar weigert dit met zoveel woorden toe te geven. Met veel moeite krijgt Jaap alsnog de keuze uit 4 bedrijven. Op het advies van de persoon die Jaap te hulp heeft geroepen gaat Jaap gesprekken bij alle 4 bureaus aan. 1 bureau en 1 consulent spreken Jaap duidelijk meer aan dan de anderen. Jaap kiest voor consulente Miranda. Miranda informeert meteen over de opleidingsmogelijkheden – iets dat de eerdere, grote reintegratiefabriek gezegd had te hebben gedaan, maar niet gedaan heeft. De reintegratiefabriek blijkt nog meer leugens te hebben verkocht, zoals het tekenen van een document ‘voor gezien’ dat de ‘reïntegratievisie’ moet voorstellen. Het document geeft geen enkele visie weer, er staat alleen ‘product aanbodversterking’. Door deze handtekening kan de grote reïntegratiegabriek toch het startgeld van 1000 euro voor Jaap incasseren van het UWV en de staat….terwijl het maar 1 gesprek met Jaap heeft gehad, en Jaap nodeloos 4 maanden zonder hulp liet.

5 januari 2004 begint Jaap met zijn omscholing waar hij 8 maanden geleden al bij de grote ‘reïntegratiefabriek’ K. op had aangedrongen. Achteraf bezien heeft bureau K. een flinke startbonus voor Jaap opgestreken, intussen niets voor Jaap gedaan, gelogen over het feit dat het UWV de gewenste omscholing zou hebben geweigerd en de reintegratie met maanden vertraagd. Gelukkig heeft Jaap nu via een ander bureau alsnog de zijn broodnodige omscholing binnen, die hij niet zelf had kunnen betalen!

En zo zijn er honderden voorbeelden.

Maar uit de goede voorbeelden en foute voorbeelden blijkt:

  • vraag altijd naar een naam van de persoon waar u mee te maken hebt
  • vraag altijd om schriftelijke bevestiging
  • vraag om een schriftelijk en gedetailleerd plan van aanpak voordat u met een reintegratiebureau in zee gaat
  • teken niets, maak altijd een voorbehoud voordat u bij een reintegratiebureau op gesprek gaat: u wilt zich oriënteren bij meerdere bureaus en meerdere consulenten, en u kiest degene die het beste bij u past. En voor die tijd tekent u geen enkel, door ander opgesteld document.
  • voorkomen is beter dan genezen. Maak meteen in het begin gebruik van uw keuzerecht. Ga bijvoorbeeld ook op eigen houtje oriënteren bij diverse bureaus en consulenten. Als u een consulent en bureau hebt gevonden dat u goed bevalt, ga dan met dat bureau afspreken hoe het UWV of de sociale dienst op de hoogte te stellen van uw keuze.Niet elke ambtenaar is op de hoogte van het feit dat u mag kiezen! En van hoe meer kanten deze ambtenaar te horen krijgt wat uw keuze is, des te beter. Dit bespaart uiteindelijk ook de ambtenaar tijd.
omhoog
 


www.kiesjereintegratie.nl © 2003