goede voorbeelden
&
‘foute’ voorbeelden
|
|
Hieronder enkele voorbeelden van hoe het wél
kan en hoe het níet moet...
Voorbeeld van een goed trajectplan: klik
hier (PDF)
goede voorbeelden van reintegratie
Voorbeeld nr. 1: Jan –
vanuit werkloosheid
Jan is door een massaontslag in de ICT thuis komen te
zitten. Na 5 maanden werkloosheid wordt hij opgeroepen
door het UWV voor een gesprek met een casemanager; de
brief is, met naam, getekend door het UWV. De casemanager
gaat in het gesprek in op het CV en de wensen van Jan.
De casemanager legt Jan een set van reïntegratiebedrijven
voor waar Jan naar toe zou kunnen. De casemanager drukt
Jan op het hart: ‘Ga eerst praten met de diverse
bureaus, tot je een consulent en aanpak vindt die bij
je past. En bel me daarna wat het is geworden, want dat
geef ik dan door aan de afdeling inkoop’. Jan maakt
na 2 weken oriënteren zijn keuze, belt de casemanager
op, en deze geeft het door aan het UWV.
Een week later krijgt Jan een oproep voor een gesprek
bij het reïntegratiebedrijf EN de reïntegratieconsulent
van zijn keuze. Na het eerste gesprek volgen met tussenpozen
van 2 weken verdere gesprekken. Door oefeningen, tests,
1 op 1 gesprekken en groepsgesprekken wordt Jan heel wat
wijzer over zichzelf. Hij weet zijn toekomst nauwkeuriger
te definiëren. Weet door de begeleiding precies wat
hij wil – als eerste voorkeur – en hoe hij
kan zoeken. Mocht de eerste voorkeur niet lukken, dan
heeft Jan een tweede scenario achter de hand.
En Jan heeft in gesprekken, en door het ontmoeten van
andere werklozen zoals bijvoorbeeld bij ikwilwerken.nl,
zijn dagelijkse leven ook weer in de hand. |
Voorbeeld 2: Tanja –
vanuit ziekte
Tanja heeft steeds meer last van de werkdruk en de sfeer
op het werk. Ze kan zich steeds slechter concentreren,
het lijkt alsof ze steeds meer moeite moet doen om hetzelfde
voor elkaar te krijgen, is snel prikkelbaar en heeft steeds
meer last van slapeloosheid. Ze gaat naar haar huisarts.
Die waarschuwt voor burnout, en raadt aan de arbo-arts
te bezoeken.
Tanja bezoekt de arbo-arts. Deze raadt Tanja aan zich
nu ziek te melden om te herstellen – als ze ermee
wacht is de kans groter dat ze er later veel langer uit
is. De arbo-arts vertelt Tanja over de Wet Verbetering
Poortwachter, en de noodzaak om samen met een reintegratiedienst
en werkgever een reintegratieplan op te stellen.
De arbo-arts verwijst Tanja door naar reïntegratiebedrijf
X. Tijdens het bezoek aan dat reïntegratiebedrijf
X voelt Tanja zich niet thuis: het klikt minder met de
consulent, en Tanja heeft het gevoel dat de consulent
weinig feeling heeft met burnout.
Tanja wint in haar omgeving advies in (bijvoorbeeld via
deze site), leert dat zij het recht heeft om een ander
reïntegratiebedrijf te kiezen. Tanja belt haar arbo-arts
en werkgever op dat ze graag wil uitkijken naar een ander
reïntegratiebedrijf en vertelt over haar rechten.
Werkgever en arbo-arts gaan mokkend akkoord ‘die
kent haar rechten….’
Op de site vindt Tanja een reïntegratiebedrijf in
haar regio dat bovendien gespecialiseerd is in burnout.
En met de consulent klikt het prima. De werkgever betaalt
(via de verzekering) het andere reïntegratiebedrijf,
van Tanja’s keuze. |
| Voorbeeld 3: Elise – specifiek
en samengesteld reïntegratietraject Elise
was onderzoekster en publicist voordat de universiteit
inkromp. Elise werd door het UWV zonder toelichting
doorverwezen naar een groot reïntegratiebureau.
Daar voelde ze zich onbegrepen; bovendien stonden de
groepssessies haar niet aan, vond ze het ‘kleien’
niet relevant voor haar reïntegratie en waren de
begeleiders niet gewend aan haar academische niveau.
Zij tekende niets, bij het reïntegratiebureau en
nam contact op met de ‘kiesjereintegrqatie-casemanager’.
Deze stelde een specifiek reïntegratietraject op
met Elise: een training bij specialisten om over de
faalangst heen te komen waar ze last van heeft, en een
coach om haar verder in te werken in de journalistieke
wereld. Het grote reïntegratiebureau was beledigd
omdat zij wetg wilde gaan, maar het UWV gaf snel mee
met de beter aanpak. Elise had zowel het keuzerecht
aan haar zijde, als met een met de ‘kiesjereintegratie-casemanager’
uitgekiend reïntegratieplan.
Wat als Elise wel had getekend bij het eerste, grote
(en voor haar onpersoonlijke) reintegratiebureau? Dan
had zij een klacht kunnen indienen, en een verzoek om
bij een ander reïntegratiebureau aan de slag te
gaan. Ook daar heeft zij recht op. De kosten-verplichtingen
richting het eerste reïntegratiebureau zijn voor
rekening van de uitvoeringsinstelling – de instelling
had deze kosten kunnen voorkomen als hun casemanager
beter naar Elise had geluisterd, en de rol van casemanager
zo serieus had genomen als de kiesjereintegratie-casemanager.
|
Bovenstaande voorbeelden lijken eenvoudig en normaal –
maar helaas overheersen de foute voorbeelden in de praktijk!
Zeer belangrijk is het op tijd uw recht te weten –
lees o.a. verder in ‘onrecht’.
‘foute’
voorbeelden
Voorbeeld 1: Reintegratiefabriek
‘El Cheapo’
Vooraf
’El Cheapo’ is ‘steenkolen-Spaans’
voor ‘de goedkope’. Onderstaand vertelt oprichter
en eigenaar Escobar hoe hij zijn ‘reintegratiefabriek’
succesvol heeft opgezet. Zijn aanpak is door velen gekopieerd!
Het verhaal verteld door oprichter en eigenaar van
‘El Cheapo: de korstste weg naar werk!’
“Mijn naam is Pablo Escobar, 50 jaar, en 5 jaar
geleden heb ik het reintegratiebedrijf El Cheapo opgericht.
Onze slogan was: ‘El Cheapo: de korste weg naar
werk!’. Ik vertel onderstaand verhaal openhartig;
ik heb er geen belang meer bij waarheid achter te houden,
ik heb mijn bedrijf inmiddels namelijk verkocht en geniet
op een fraaie hacienda van mijn vele miljoenen. Ik zal
u vertellen hoe ik rijk geworden ben!
De aanleiding
In 1999 kreeg ik door dat reintegratie ‘big business’
ging worden. Er was een tekort aan werkkrachten, een teveel
aan WAO-ers in Nederland en de Nederlandse beleidsmakers
leken in de toekomst bereid vele miljarden te pompen in
‘reintegratie’ – met andere woorden:
mensen ‘aan een baan helpen’. Als zakenman
wist ik:
- dit is een trend
- je maakt winst door zoveel mogelijk geld voor je diensten
te vragen
- vervolgens zo min mogelijk kosten te maken bij de uitvoering.
Het vervolg
Het prettige voor mij was dat ik geld ontving van de overheid
voor reintegratie, maar dat onnozele burgers mijn klanten
waren. Wat ben ik gaan doen?
Ik deed mee op grote aanbestedingen, waarbij ‘kavels’
van bijvoorbeeld 5.000 WW-ers door de overheid werden
aangeboden. Ik had zo mijn contacten in die wereld, wist
wat concurrenten boden, ik fêteerde een paar ambtenaren
en won veel aanbestedingen. Mijn verleden in de bouwwereld
kwam mij goed van pas! Voor een kavel van 5.000 WW-ers
ontving ik al snel 5.000 euro per WW-er, dus een kavel
van 5.000 WW-ers leverde mij al 25 miljoen euro omzet
op.
Vervolgens ging het erom zo min mogelijk kosten te maken.
Natuurlijk moesten de WW-ers wel op komen draven voor
de reintegratie, anders ontving ik die 5.000 euro per
WW-er niet. De mij toegekende WW-ers stuurde ik brieven
waarin ik ze sommeerde op een tijdstip dat mij uitkwam
te komen voor een intakegesprek. Om ervoor te zorgen dat
ze op kwamen draven zette ik in de brief: ‘niet
verschijnen bij de afspraak kan consequenties hebben voor
uw uitkering’. Dat deed wonderen! Natuurlijk heb
ik niet de bevoegdheid om een uitkering te korten, maar
éen telefoontje van mij naar het UWV zou genoeg
zijn om het een WW-er die niet op kwam draven moeilijk
te maken. Het UWV dreigde de WW-er dan met korting op
de uitkering, en daarvoor ‘scheten’ de meeste
WW-ers in hun broek van angst (excuses voor mijn platte
taalgebruik, ik ben in een achterbuurt opgegroeid).
Bij de intake vertelden we de uitkeringstrekkers wat hun
plichten waren. We gaven hen diverse formulieren te ondertekenen,
evenals geheimhoudingsverklaringen, zodat zij nooit naar
buiten zouden durven brengen wat ze bij ons meemaakten.
Na een paar weken had ik altijd genoeg uitkeringstrekkers
om er een klasje van te vormen, van bijvoorbeeld 15 of
20 personen. Het klasje duurde bijvoorbeeld 5 dagen achter
elkaar, of een ochtend per week gedurende een paar maanden.
Ik vertelde de mensen dat het goed zou zijn elkaar te
ontmoeten. Wat de mensen aan elkaar hadden kon me niet
schelen, maar 1 trainer zetten voor een klasje van 20
bespaarde mij een 20-voud in de kosten! Vaak noemde ik
het onderdeel groepssessies iets van ‘programma
JOBS’ of een andere, bij UWV goed klinkende naam.
Na deze groepssessies kreeg iedereen een dag sollicitatietraining:
hoe een brief en CV te schrijven. Wederom in klasjes van
20 mensen. Het UWV vond het altijd prettig dat ik iets
van ‘Sollicitatietraining’ in de offertes
zette.
Vervolgens liet ik de mensen graag aan hun lot over. Als
ze er erg op aandrongen, konden ze een apart gesprekje
krijgen met een consulent. Verder vertelde ik ze dat ze
‘klaar waren om het zelf te doen’. Zeker tegen
hoger opgeleiden zeiden wij dat ze ‘het zelf moesten
kunnen’. Ik zette de nodige PC’s neer met
internetverbinding, en ze waren altijd welkom om bij ons
op internet te zoeken naar vacatures. Dat had ‘gastvrijs’
Af en toe zit er onder de uitkeringstrekkers een ‘brutale
hond’ die durft te vragen om een opleiding bij een
opleidingsinstituut. Natuurlijk zeggen wij dat dit niet
mag van het UWV, en daarmee is de kous meestal af. Begint
de persoon nog verder aan te dringen, dan dreigen wij
met korting op de uitkering, of bieden wij eigen interne
opleidingen aan. Deze opleidingen prijzen wij richting
UWV voor een veel hoger bedrag dan de daadwerkelijke kosten
– zo maken we daar ook nog wat winst op.
Als iemand toevallig een baan vond, dan meldden we dat
snel richting UWV en kregen we voor die persoon een bonus
van een paar duizend euro, al had die persoon helemaal
zelf de baan gevonden. We zeiden dan dat we de persoon
‘geplaatst’ hadden.
Als personeel nam ik liefst zo goedkoop mogelijk personeel
aan: meestal op MBO niveau, tussen 25 en 30 jaar. Die
zijn niet zo duur en willen hard voor me lopen.
De berekening: hoe ik rijk geworden ben!
Ik zal u nu eens voorrekenen hoe ik rijk werd. Neem een
klajse van 20 personen. Van het UWV krijg ik hier 20 maal
5.000 is 100.000 euro voor.
Een MBO-consulent tussen 25 en 30 jaar kost me als ondernemer
ongeveer 150 euro per werkdag, inclusief alle premies
(afgerond: 20 euro per uur). Een werkruimte (gehuurd)
kost mij ongeveer 1 euro per m2 per dag. Voor een klasje
van 20 is een ruimte van 40 m2 voldoende.
De kosten voor 20 mensen bedroegen mij dus:
- 5 dagen ‘JOBS’ of vergelijkbaar programma:
5 maal 150 euro per dag voor de consulent is 750 euro
- 5 dagen een ruimte van 40 m2 is 200 euro. Daarnaast
drong elke WW-er gemiddeld aan op 5 vervolggesprekken
van 1 uur, dus voor 20 mensen is dat 5 maal 20 = 100
euro. Voor 20 WW-ers dus 2.000 euro.
Voeg hieraan toe de kosten voor spreekruimte (10 m2)
voor deze gesprekken: 20 mensen maal 5 uur per persoon
maal 10 m2 maal 1 euro per 1 m2 is 1000 euro aan ruimte
voor 20 WW-ers voor individuele gesprekken.
De PC-kosten zijn heel laag: een PC kost mij per jaar
inclusief afschrijving ongeveer 300 euro, en hier maken
gemiddeld per jaar 50 mensen gebruik van. Dus voor een
klasje van 20 personen heb ik per jaar 20/50 maal 300
euro = 120 euro aan PC kosten.
Hoe ziet mijn verlies- en winstrekening er dus uit voor
een klasje van 20 mensen?
Inkomsten
20 maal 5.000 euro = 100.000 euro
Uitgaven
- programma JOBS (5 dagen): 750 euro voor de consulent
- programma JOBS (5 dagen): 200 euro voor de ruimte
- gemiddeld 5 vervolggesprekken per WW-er: voor 20:
2.000 euro aan kosten consulent
- gemiddeld 5 vervolggesprekken per WW-er: voor 20:
1.000 euro aan kosten voor de ruimte
- PC kosten met internetaansluiting: 120 euro
totale uitgaven voor 20 WW-ers in reintegatie: 4.070
euro
Dat betekent dus dat ik op een groep van 20 WW-ers
met deze aanpak 100.000 euro ‘vang’ en slechts
(ruim) 4.000 euro aan kosten maak. Ik houd dus van de
100.000 euro 96.000 euro over! Zeer belangrijk is het
om het aantal individuele sessies zo laag mogelijk te
houden; u kunt bij mijn uitgavenstaatje zien dat individuele
sessies, ook al zijn het er maar 5 per WW-er, de grootste
kostenpost vormen! (zowel qua consulent-kosten als qua
ruimtegebruik).
U begrijpt dat het een ongekend lucratieve business
is. Uiteraard, uit die 96.000 euro moet ik een receptioniste
betalen, iemand die de offertes schrijft, en de contributie
aan branchevereniging Borea. Ik betaal ze ook goed voor
een ‘keurmerk’ dat riching UWV garandeert
dat mijn procedures ook goed staan beschreven.
Waar elders is het mogelijk om 96% van de omzet zelf
te mogen houden?
En in werkelijkheid had ik 5.000 WW-ers, dat zijn 250
klasjes van 20, dus u begrijpt dat ik door het winnen
van 1 aanbesteding van 5.000 WW-ers eem omzet van ca.
25 miljoen euro maak en daar bijna 24 miljoen euro marge
aan over houd.
Vervolg
Met dit fantastische bedrag kon ik al snel overal in
den lande vestigingen openen (huren natuurlijk, ik ga
zo min mogelijk voor-investeren; en de consulenten nam
ik aan op 6 maands of hoogstens 1 jaars-contracten –
ook hier: zo min mogelijk voor-investeren). Daarmee
kreeg ik ‘landelijke dekking’ – noodzakelijk
om grote aanbestedingen te winnen. Vervolgens hebben
wij met een paar andere grote bureaus van Borea het
UWV zodanig bewerkt dat wij erop aandrongen dat de aanbestedingen
hoog bleven: kleintjes en nieuwkomers werden aldus van
aanbestedingen uitgesloten. De Minister en het UWV verkopen
dit aan de buitenwereld door te zeggen ‘dat de
markt transparant’ moet zijn – waarmee zij
bedoelen: slechts een paar grote spelers overhouden.
Het gebrek aan kwaliteit hebben wij goed afgeschermd
door een ‘Borea keurmerk’ op te richten
dat zeer procedureel is. Uiteraard mogen in het bestuur
van Stichting Borea Keurmerk alleen bestuursleden zitten
van branchevereniging Borea, en daar hebben leden een
stem pro rato hun omzet, dus u begrijpt hoe grote jongens
als El Cheapo hun macht hielden. U begrijpt nu hoe ik
in een paar jaar tijd 100 miljoen euro heb verdiend!!!
Hoe ik er achteraf tegenover sta? Aan de ene kant heb
ik absoluut geen spijt. Ik ben er multimiljonair van
geworden, en ik ben trots op mijn ondernemingsgeest.
Aan de andere kant: toen ik 100 miljoen bij elkaar had
verdiend, kreeg ik er een beetje genoeg van. Ziet u,
het is altijd hetzelfde spelletje. En het spelletje
kan nog jaren voortduren! Want Minister De Geus en andere
politici hebben er alle baat bij onder het tapijt te
schoffelen dat er een tekort is aan werkgelegenheid.
Tot vervelens toe blijven zij herhalen dat ‘iedereen
die kan werken, ook aan het werk moet’ en dat
het erg belangrijk is ‘dat mensen aan een baan
worden geholpen’. Minister De Geus blijft bij
Borea persoonlijk ‘Borea-certificaten’ uitreiken,
terwijl hij elk contact met de andere branchevereniging,
Phoenix, weigert. Als er al een slimme journalist is
die erop wijst dat de ‘plaatsingsresultaten’
van El Cheapo en vergelijkbare bedrijven met 36% (36%
vindt een baan binnen 2 jaar tijd) nauwelijks beter
zijn dan ‘het toeval’ (want: in de 20 jaar
ervoor vond – voordat de ‘hype’ reintegratie
bestond – gemiddeld 34% een baan, zie het onderzoeksrapport
‘De uitkering van de baan’ van het SCP),
fêteren wij Jet Bussemaker van de PvdA en enkele
andere Kamerleden om vooral te benadrukken dat ‘reintegratie
nog een jonge branche is’. En daarmee zijn alle
fouten vergeven.
Af en toe heb ik nu last van nachtmerries: mijn geweten
zegt mij dat ik veel goedgelovige werkzoekenden, die
aan het einde van hun Latijn waren, in de steek heb
gelaten om mijzelf te verrijken. Ik kan het verleden
niet terugdraaien.....het geld dat ik verdien heb wil
ik ook niet weggeven....maar iets in mij zei dat ik
mijn verhaal moest opschrijven. Veel andere grote bedrijven
van branchevereniging Borea zullen mij kwalijk nemen
dat ik dit opschrijf, en mij bedreigen. Maar mijn adres
is zeer goed geheim gehouden! Maar eerlijk is eerlijk:
mensen, ga niet naar een grote ‘reintegratiefabriek’
zoals toendertijd mijn El Cheapo. Kom voor jezelf op,
dring aan op een reintegratietraject met minstens 20
individuele sessies, met iemand van HBO of universitair
niveau met veel levenservaring. Laat de broekjes van
25-30 jaar maar intercedent spelen bij een uitzendbureau.
U verdient betere begeleiding!’
Met oprechte groet,
Pablo Escobar
100 voudig miljonair geworden met reintegratie’fabriek’
El Cheapo
PS: ik dank de site ‘kiesjereintegratie’
voor het publiceren van mijn verhaal.
Uiteraard dien ik, Pablo Escobar, juridisch te worden
aangeklaagd als iemand aanstoot neemt aan mijn openhartige
verhaal. De site is slechts de ‘uitgever’
die mijn verhaal publiceert”
|
Voorbeeld 2: Joop krijgt
geen keuze en laat men bungelen
Joop is 52 jaar. Tot zijn 49e werkte hij als chef-etaleur
bij een grote warenhuisketen. Echter, op een gegeven moment
wilden zij het met jongere mensen doen en ontslaan zij
de meer seniore medewerkers. Joop schoolde zich om tot
webdesigner, vond werk, maar het web bureau ging op de
fles. Via het UWV werd Joop opgeroepen voor het gesprek
bij de reïntegratiepoot van een groot uitzendbedrijf.
Joop heeft in 2 jaar tijd maar 4 gesprekken gehad, inclusief
intake. Het reïntegratiebedrijf heeft na de intake
waarin van alles werd beloofd en waarbij werd verteld
dat Joop zijn handtekening moest zetten, bijna niets meer
voor Joop gedaan.
Eens per half jaar krijgt hij een telefoontje. Joop wordt
als webdesigner vaak afgewezen omdat in Nederland zeer
sterk op leeftijd wordt gediscrimineerd. |
Voorbeeld 3: Hero wordt
geïntimideerd om zijn uitkering op te zeggen
Hero is 48 jaar en ICT-er; door de ICT malaise is hij
op straat komen te staan. Hero wist niet beter en liet
zich voor een gesprek bij een grote reïntegratiefabriek
oproepen. Na verloop van tijd merkte hij dat de 29 jarige
MBO consulente niet veel voor hem kon betekenen, als 48
jarige HBO-er. Hij had ook het gevoel: ik kan het beste
voor mezelf beginnen.
Hij vond een ander bureau dat daarin gespecialiseerd was.
Hij meldde dit aan de grote reïntegratiefabriek.
De consulent sommeerde Hero per e-mail om zijn uitkering
op te zeggen als hij naar het nieuwe reïntegratiebureau
wilde! Hero zocht en vond hulp bij ikwilwerken.nl; er
ging een brief naar de directeur van de reïntegratiefabriek
en Hero hoefde uiteraard helemaal niet zijn uitkering
op te zeggen. Maar excuses heeft het zeer bekende reintegratiebedrijf
nooit gegeven. |
Voorbeeld 4: Jaap wordt
doorgeschoven en loopt vast in de bureaucratie
Na 5 maanden werkloosheid wordt de 44-jarige Jaap opgeroepen
voor een gesprek bij een grote reïntegratiefabriek.
De brief is gedateerd op 23 april 2003. Een paar dagen
later krijgt Jaap van het UWV, niet leesbaar ondertekend
en zonder naam een brief voor een afspraak bij een casemanager
van het UWV. Jaap weet niet beter en gaat naar dat gesprek
gewoon naar huis. Het duurt 2 maanden voordat het reïntegratiebedrijf
Jaap oproept. Tijdens dat eerste gesprek wordt Jaap gevraagd
een document te ondertekenen, ‘voor gezien’
wordt erbij verteld. Het reïntegratiebedrijf laat
wederom maandenlang niets van zich horen. Het UWV geeft
ook niet thuis. De vorige reïntegratiemanager is
weg, en het UWV wil geen naam doorgeven van een nieuwe
casemanager, wil zelfs niet vertellen wat de naam van
de persoon aan de telefoon is. Jaap strandt en zoekt hulp.
Met deze hulp (kiesjereintegratie-casemanager) wordt de
zaak aangepakt: brieven naar UWV, de klachtencommissie,
de nationale ombudsman….uiteindelijk krijgt Jaap
samen met zijn belangenbehartiger een gesprek bij het
UWV.
Intussen wordt Jaap te woord gestaan door de 9e UWV persoon
waar hij contact mee heeft. Het UWV heeft toentertijd
Jaap ongezien doorgespeeld naar het grote reïntegratiebedrijf,
‘blind doorgeschoven’ maar weigert dit met
zoveel woorden toe te geven. Met veel moeite krijgt Jaap
alsnog de keuze uit 4 bedrijven. Op het advies van de
persoon die Jaap te hulp heeft geroepen gaat Jaap gesprekken
bij alle 4 bureaus aan. 1 bureau en 1 consulent spreken
Jaap duidelijk meer aan dan de anderen. Jaap kiest voor
consulente Miranda. Miranda informeert meteen over de
opleidingsmogelijkheden – iets dat de eerdere, grote
reintegratiefabriek gezegd had te hebben gedaan, maar
niet gedaan heeft. De reintegratiefabriek blijkt nog meer
leugens te hebben verkocht, zoals het tekenen van een
document ‘voor gezien’ dat de ‘reïntegratievisie’
moet voorstellen. Het document geeft geen enkele visie
weer, er staat alleen ‘product aanbodversterking’.
Door deze handtekening kan de grote reïntegratiegabriek
toch het startgeld van 1000 euro voor Jaap incasseren
van het UWV en de staat….terwijl het maar 1 gesprek
met Jaap heeft gehad, en Jaap nodeloos 4 maanden zonder
hulp liet.
5 januari 2004 begint Jaap met zijn omscholing waar hij
8 maanden geleden al bij de grote ‘reïntegratiefabriek’
K. op had aangedrongen. Achteraf bezien heeft bureau K.
een flinke startbonus voor Jaap opgestreken, intussen
niets voor Jaap gedaan, gelogen over het feit dat het
UWV de gewenste omscholing zou hebben geweigerd en de
reintegratie met maanden vertraagd. Gelukkig heeft Jaap
nu via een ander bureau alsnog de zijn broodnodige omscholing
binnen, die hij niet zelf had kunnen betalen! |
En zo zijn er honderden voorbeelden.
Maar uit de goede voorbeelden en foute voorbeelden blijkt:
- vraag altijd naar een naam van de persoon waar u mee
te maken hebt
- vraag altijd om schriftelijke bevestiging
- vraag om een schriftelijk en gedetailleerd plan van aanpak
voordat u met een reintegratiebureau in zee gaat
- teken niets, maak altijd een voorbehoud voordat u bij
een reintegratiebureau op gesprek gaat: u wilt zich oriënteren
bij meerdere bureaus en meerdere consulenten, en u kiest
degene die het beste bij u past. En voor die tijd tekent
u geen enkel, door ander opgesteld document.
- voorkomen is beter dan genezen. Maak meteen in het begin
gebruik van uw keuzerecht. Ga bijvoorbeeld ook op eigen
houtje oriënteren bij diverse bureaus en consulenten.
Als u een consulent en bureau hebt gevonden dat u goed bevalt,
ga dan met dat bureau afspreken hoe het UWV of de sociale
dienst op de hoogte te stellen van uw keuze.Niet elke ambtenaar
is op de hoogte van het feit dat u mag kiezen! En van hoe
meer kanten deze ambtenaar te horen krijgt wat uw keuze
is, des te beter. Dit bespaart uiteindelijk ook de ambtenaar
tijd.
|
|